Take a fresh look at your lifestyle.

Vruchtbaarheid

Vruchtbaarheid wil niets meer zeggen dan het vermogen bezitten om je voort te planten en dus je genetische informatie door te geven aan het nageslacht en zo je soort in stand te houden.

Vruchtbaarheid bij de vrouw

De geslachtscellen die een rol spelen bij de vruchtbaarheid van vrouwen worden eicellen genoemd. Bij de geboorte van de vrouw zijn deze geslachtscellen, weliswaar in een niet rijpe toestand, al aanwezig. Wanneer de vrouw de puberleeftijd heeft bereikt dan zal er elke menstruatiecyclus één eicel rijpen. De vrouw zal dan dus vruchtbaar zijn en zwanger kunnen raken.

De hormonen die verantwoordelijk zijn voor het rijpen van de eicellen hebben eveneens invloed op de baarmoeder: deze zal daardoor immers klaar worden gemaakt om een eventueel bevruchte eicel te kunnen ontvangen. Indien er geen bevruchting plaatsvindt, zal alles wat op is gebouwd weer af worden gebroken. De vrouw zal dit merken doordat ze ongesteld wordt.

Een vrouw is slechts een beperkte periode van haar leven in staat om zwanger te worden. De periode begint op het moment dat ze gaat menstrueren en eindigt zodra haar menstruatie zijn gestopt (menopauze). Daarbij komt nog dat zij slechts 1 á 2 dagen van haar menstruatiecyclus vruchtbaar is: het moment dat eicel gerijpt is (ovulatie).Na de menopauze is een vrouw niet meer in staat om op een natuurlijke manier zwanger te worden.

Vruchtbaarheid bij de man

Mannen worden, net als vrouwen, pas vruchtbaar vanaf hun pubertijd. Vanaf dat moment worden er elke dag miljoenen zaadcellen aangemaakt in hun zaadballen en opgeslagen in de bijbal tot er een ejaculatie (zaadlozing) plaatsvindt, dan worden ze samen met het zaadvocht uitgestoten. Niet alle zaadcellen die aan worden gemaakt komen ook daadwerkelijk tot rijping. De cellen die niet rijpen worden afgebroken en weer door het lichaam van de man opgenomen. Ook de zaadcellen die niet worden gebruikt worden na een paar weken door de bijbal afgebroken.

Of een man vruchtbaar is hangt af van een aantal factoren:

  • Het aantal zaadcellen
  • De conditie van de zaadcellen
  • De activiteit van de zaadcellen

Deze factoren samen zijn bepalend voor de kwaliteit van het sperma en bepalen dus of een man zich voort kan planten. Zelfs wanneer een man als erg vruchtbaar aan worden gemerkt zullen er zaadcellen in zijn sperma voorkomen die minder, of niet, beweeglijk zijn en dus niet voor een bevruchting kunnen zorgen.

Een andere factor die een belangrijke rol speelt bij de vruchtbaarheid van de man is de werking van zijn geslachtsorganen. Op het ogenblik dat een man te kampen heeft met impotentie zal hij niet, of minder goed, in staat zijn een vrouw zwanger te maken.

In tegenstelling tot bij een vrouw zal de man pas geslachtscellen aan gaan maken in diens puberteit en, onder normale omstandigheden, tot aan zijn dood zaadcellen aan blijven maken. Een man zou dus tot op hoge leeftijd kinderen kunnen verwekken.