Take a fresh look at your lifestyle.

Alles over couveusekinderen

Een baby die in de couveuse terechtkomt heeft een minder makkelijke start dan een kindje dat meteen met zijn ouders mee naar huis mag. De periode, die vaak zorgelijke en soms zelfs onzeker is, waarin zo’n kleintje de eerste weken van zijn leven verblijft, kan gevolgen hebben voor het verdere leven van je kleintje. Hoewel niet alle couveusekinderen hier hinder van zullen ondervinden moet je wel rekening houden met de mogelijkheid dat er problemen kunnen ontstaan.

Gehandicapt

Hoe korter de zwangerschap heeft geduurd, hoe groter de kans er is dat een kindje een handicap zal hebben. Het gewicht van de baby doet hierbij niet echt ter zake. Het gaat voornamelijk om de zwangerschapsduur waarna je kindje ter wereld kwam. Een groot kind van 26 zwangerschapsweken zal minder goed af zijn in vergelijking tot een kleine baby die bij een *zwangerschapsduur van 30 weken* ter wereld is gekomen.

De kans op een handicap bij een kan verder nog worden vergroot door een afwijking of ziekte of aandoening die de moeder al had voordat ze zwanger werd. Hierbij kun je onder andere denken aan diabetes of epilepsie. Maar eveneens kunnen neurologische afwijkingen bij een kind voor een handicap zorgen evenals een extreem lange beademingsperiode toen de baby in de couveuse verbleef, het ontstaan van stuipen in de eerste week na de geboorte of wanneer het een jongen is. Jongens zijn doorgaans wat minder sterk en zij worden ook vaker te vroeg geboren in vergelijking tot meisjes.

Neuromotoriek bij couveusekinderen

Couveusekinderen hebben een zenuwstelsel dat doorgaans later rijp is dan dat van voldragen baby’s. Een kind met een geringe neuromotorische afwijking is echter niet gehandicapt, alleen kwetsbaarder doordat ze wat onhandiger kunnen zijn. Naast deze onhandigheid is hun concentratievermogen vaak minder, hebben ze oogproblemen en moeite met hun mentale- en spraak/taalontwikkeling. Enkele van de geringe problemen samen kunnen een kind ongelukkig maken en voor tegendraads gedrag zorgen waardoor hun functioneren wordt gehinderd.

Hersenen

Ongeveer 1 op de drie kinderen die te vroeg geboren worden krijgen te maken met een hersenbloeding. Bij slechts een gering deel zal dit tot problemen leiden. Door de verbeterde technische ontwikkelingen kan al snel worden bepaald of er sprake is geweest van een hersenbloeding bij een te vroeg geboren baby. Indien een baby voor de eerste verjaardag duidelijk een voorkeur heeft voor een *bepaalde lichaamshelft* dan is een bezoek aan de kinderarts aan te raden of eventuele twijfels weg te nemen.

Longen

Door een te lange beademing van een couveusekindje kunnen de longen blijvende schade oplopen en de longcapaciteit verkleinen. Deze schade kan ook de groei nadelig beïnvloeden omdat deze kinderen minder goed leren zuigen en slikken en dus slechter eten. Hun groei en weerstand zullen daardoor een achterstand oplopen.

Andere problemen bij couveusekinderen

Couveusekinderen kunnen verder onder andere nog problemen ondervinden met het gehoor. Maar ook scheelzien is iets dat vaker bij een te vroeg geboren kind voorkomt. Dit heeft te maken met een nog niet goed ontwikkelde bloedvaatjes in de ogen. Maar ook door schommelingen van de bloeddruk kunnen de oogjes beschadigd raken. Couveusekinderen hebben ook vaker te maken met een taalachterstand, al s deze vaak wel beperkt.