Take a fresh look at your lifestyle.

Ken de waarden van je bloeddruk

Op het moment dat je je geregeld af vraagt wat je bloeddrukwaarden betekenen, dan doe je er goed aan om even verder te lezen. Hieronder geven je namelijk de nodige uitleg over wat artsen met de systolische of bovendruk (dit is het eerste of bovenste getal) en de diastolische of onderdruk (het tweede of onderste getal) bloeddruk bedoelen. Door allebei de waarden van je bloeddruk te kennen, kun je namelijk je leven redden.

Wat zegt de systolische bloeddrukwaarde?

Als je hart klopt, dan trekt het samen en pompt het bloed door je bloedvaten naar de rest van je lichaam. Deze kracht zorgt voor een bepaalde druk op die bloedvaten, en dat is de zogenaamde systolische bloeddruk, ook wel bovendruk genoemd.

  • Een normale systolische druk is lager dan 120 millimeters kwikdruk (mmHg),
  • Een meting van 120 tot 129 mmHg is verhoogd.
  • Bij een meting van 130 tot 139 mmHg is er sprake van stadium 1 hoge bloeddruk (ook wel aangeduid met de medische term hypertensie).
  • 140 mmHg of meer betekent stadium 2 hypertensie.
  • 180 mmHg of meer is een hypertensieve crisis (en daarvan dien je met spoed de alarmlijn te bellen en medische hulp in te schakelen).

Wat zegt de diastolische bloeddrukwaarde?

De diastolische waarde, of de onderdruk, is de druk in de slagaders op het moment dat het hart in rust is tussen twee slagen in. Dit is de tijd waarin het hart zich weer vult met bloed en tevens zuurstof aangevoerd krijgt.

  • Een normale diastolische bloeddruk is lager dan 80 mmHg. Maar zelfs wanneer je diastolische waarde lager ligt dan 80 mmHg, kun je last van een verhoogde bloeddruk hebben als de systolische waarde 120 tot 129 bedraagt.
  • Een meting van 80 tot 89 mmHg is stadium 1 hypertensie.
  • 90 mmHg of meer is stadium 2 hypertensie.
  • 120 mmHg of meer is een hypertensieve crisis. (en daarvan dien je met spoed de alarmlijn te bellen en medische hulp in te schakelen).

In de grafieken die we hieronder hebben verzameld vind je meer details over de verschillende bloeddrukwaarden en hun betekenis.

Hoe kun je de bloeddrukwaarden interpreteren?

Stadia van de bloeddruk
Categorie Systolische- of

bovendruk mmHg

  Diastolische- of

onderdruk mmHg

Normaal Lager dan 120 en Lager dan 80
Verhoogd 120 tot 129 en Lager dan 80
Hypertensie I:

Verhoogde bloeddruk

130 tot 139 en 80 tot 89
Hypertensie 2:

Verhoogde bloeddruk

140 of hoger en 90 of hoger
Hypertensieve crisis

(zoek moet spoed

medische hulp)

Hoger dan 180 en/of Hoger dan 120

Hoe wordt de bloeddruk gemeten?

Een arts of verpleegkundige meet je bloeddruk met behulp van een speciale meter die vastzit aan een opblaasbare manchet. Het is een simpele en pijnloze procedure.

  • De persoon die je bloeddruk opmeet, zal eerst de manchet rondom je bovenarm wikkelen. Sommige manchetten worden echter rondom de onderarm of de pols aangebracht, maar in de regel zijn de metingen die gedaan worden met deze exemplaren minder nauwkeurig.
  • De arts of verpleegkundige zal vervolgens met behulp van een stethoscoop luisteren naar het bloed dat door je bloedvaten stroomt.
  • Daarna zal de manchet op worden gepompt totdat er een hogere druk is verkregen dan je systolische bloeddruk. Dit betekent dat de manchet strakker om je arm gaat zitten. Hierna zal het oppompen stoppen en in de tijd dat de manchet weer langzaam leegloopt, zal het eerste geluid dat via de stethoscoop wordt gehoord de systolische bloeddruk aanduiden. Er is dan een suizend geluid hoorbaar en op moment dat dit geluid verdwijnt, zal de diastolische bloeddruk aangeven.

Bij een bloeddrukmeting zal altijd de systolische waarde eerst worden genoteerd en daarna pas de diastolische waarde. Je kunt dus een bloeddrukwaarde hebben die er als volgt uitziet: 120 over 80. Dit wordt vaak genoteerd als 120/80.

Hoe vaak moet je je bloeddruk laten meten?

  • Indien je bloeddruk normaal is (dus lager dan 120/80), dan is het voldoende om deze ieder jaar, of vaker als je arts dat aan heeft geraden, te laten controleren.
  • Wanneer je bloeddruk echter verhoogd is, een systolische bloeddrukwaarde die ligt tussen 120 en 129 mmHg of een diastolische bloeddrukwaarde van minder dan 80 mmHg, dan zal je arts deze waarschijnlijk iedere 3 tot 6 maanden willen checken. Hij, of zij, zal waarschijnlijk ook veranderingen in je manier van leven aanraden, zoals meer bewegen en een gezonder dieet volgen.
  • Op het moment dat je hypertensie in stadium 1 hebt, een bovendruk van 130 tot 139 over een onderdruk van 89 tot 90 mmHg, dan kan een arts veranderingen in je levensstijl aanraden en je na 3 tot 6 maanden weer willen controleren. Het is eveneens mogelijk dat hij, of zij, je aanbeveelt om veranderingen aan te brengen in je manier van leven in combinatie met bepaalde voorgeschreven geneesmiddelen, en vervolgens je situatie binnen een maand weer te controleren. Dit zal echter afgangen van welke andere factoren die je gezondheidstoestand beïnvloeden of het feit dat je bekend bent met bepaalde risicofactoren op het ontwikkelen van een hoge bloedruk en daaraan verbonden complicaties .
  • Iemand die lijdt aan hypertensie in stadium 2, 140/90 mmHg of hoger, die zal waarschijnlijk medicijnen voorgeschreven krijgen. Je zult dan eveneens worden aangeraden om veranderingen aan te brengen in je manier van leven en de arts binnen een maand weer te bezoeken om de situatie opnieuw te beoordelen.

Kun je je bloeddruk zelf controleren?

Het zelf op kunnen meten van je bloeddruk is belangrijk voor een heleboel mensen, in jet bijzonder wanneer de persoon in kwestie bekend is met een hoge bloeddruk. Het zelf controleren van de bloeddruk kan jou, en je behandelde arts, immers helpen om te achterhalen of de in gang gezette behandeling het gewenste effect heeft.

De arts kan je eveneens aanraden om thuis je bloeddruk te controleren wanneer hij, of zij, denkt dat je lijdt ‘witte jassenhypertensie‘ hebt. Dit is namelijk een echt bestaand fenomeen: door de spanningen en de stress die een bezoek aan een dokter met zich meebrengt, zal je bloeddruk worden verhoogd, maar zodra je thuis bent, zal deze weer normaliseren.

Je doet er bovendien altijd verstandig aan om je arts te vragen om een ​​gebruiksvriendelijke bloeddrukmeter voor thuisgebruik aan te bevelen. Verder is het zaak dat je ervoor zorgt dat de manchet die je gebruikt goed past. Indien je arm namelijk te dik is voor de manchet, dan kan de meting hoger uitvallen dan je bloeddruk in werkelijkheid is. Vraag je arts in dat geval om een ​​grotere manchet, of koop een bloeddrukmeter voor thuisgebruik met een manchet die je wel goed past.

Uiteraard kun je er ook voor kiezen om een bloeddrukmeter voor de pols te gaan gebruiken, maar deze meters zijn doorgaans minder nauwkeurig. Om ervoor te zorgen dat je een bloeddrukmeter altijd op de juiste manier gebruikt, is het zaak om de aanwijzingen die geleverd worden bij een specifiek apparaat strikt op te volgen.

Het maakt in de praktijk dus eigenlijk niet uit welk type bloeddrukmeter je gaat gebruiken, het is echter wel altijd een goed idee om het apparaat een keer mee te nemen naar het spreekuur van je huisarts. Zo kun je de meting die je met je eigen meter verricht vergelijken met die gedaan zijn met de professionele bloeddrukmeter van de arts. Voordat je je bloeddruk gaat, of laat, meten, is het verstandig om minimaal 30 minuten van tevoren geen cafeïne meer tot je te nemen, te roken of aan lichaamsbeweging te doen.

Op het moment dat je je bloeddruk thuis op gaat nemen, dan dien je goed rechtop in een stoel te gaan zitten en daarbij allebei je voeten stevig op de vloer te plaatsen. Voordat je zelf aan de slag gaat met een bloeddrukmeter is het vaak goed om je huisarts of verpleegkundige te vragen om je de juiste manier te laten zien om je arm te houden, zodat je de meest nauwkeurige metingen kunt doen.

Controleer verder je bloeddruk op hetzelfde tijdstip van de dag, zodat de meetwaarden zo constant mogelijk zijn. Voer vervolgens verschillende metingen uit met een tussentijd van circa 1 minuut en schrijft de waarden direct op. Op die manier zulk je dus een soort bloeddrukdagboek krijgen dat je mee kunt nemen naar je behandelde arts. Aan de hand van de bloeddrukwaarden die je zelf hebt gemeten, kun je dan samen met de arts praten over eventuele wijzigingen die je op hebt gemerkt. De arts zal dan bovendien kunnen bepalen of je al dan niet (extra) medicatie nodig hebt om je bloeddruk weer op een gezond peil te brengen.

Het is overigens zo dat, zelfs wanneer je bloeddruk hoog is, je waarschijnlijk geen symptomen waar zult nemen. Dat is dan ook de reden waarom een hoge bloeddruk vaak de “stille moordenaar” wordt genoemd. Het eerste symptoom van niet behandelde hoge bloeddruk kan dan ook een hartaanval, een beroerte of een beschadiging van je nieren inhouden.