Take a fresh look at your lifestyle.

BMI, tailleomtrek of taille-heupverhouding?

Het is bij de meeste mensen wel bekend dat overgewicht en obesitas belangrijke risicofactoren zijn voor coronaire hartziekten (aandoeningen aan het hart die betrekking hebben op de kransslagaders), een hartaanval en een beroerte. Onderzoekers zijn het er echter niet over eens welke methode het beste is om te bepalen of iemand “te” zwaar is of zelfs overgewicht heeft. Of beter gezegd om te bepalen of iemand zo zwaar is om hun risico op het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen te vergroten. De drie meest gebruikte meetmethoden gebeuren op basis van:

Mooi en gezond
  • de BMI (body mass index),
  • detailleomtrek,
  • de taille-heupverhouding.

De vraag is echter of er één van deze methoden beduidend beter is.

De Body Mass Index (BMI)

De maatstaf die het meest vaak wordt gebruikt om het risico dat in verband wordt gebracht met het lichaamsgewicht te bepalen, is de body mass index (doorgaans afgekort tot BMI). De BMI is de verhouding van je lichaamsgewicht in het kwadraat tot je lengte in centimeters. Een BMI dat ligt tussen de 25 en de 29,9 wordt gezien als overgewicht, wanneer deze waarde echter ligt tussen de 30 en de 34,9, dan kan er worden gesproken van obesitas, en bij een BMI van 35 of meer dan wordt de term morbide obesitas zelfs in de mond genomen. BMI-calculators zijn doorgaans niet moeilijk te gebruiken (het enige dat je nodig hebt, is je lengte en je lichaamsgewicht). Online zijn er een heleboel van dit soort calculators beschikbaar waar je deze gegevens direct in kunt vullen om te zien wat je BMI is.

De BMI is erg handig vanwege het feit dat deze meting in een heleboel klinische onderzoeken wordt gebruikt en er dus veel analyse uit worden gevoerd met behulp van deze meting. In feite waren de formele definities van “overgewicht”, “obesistas” en “morbide obesitas” zelfs gebaseerd op de onderzoeken die zijn gedaan naar de BMI. Helaas blijkt in de praktijk dat de BMI niet altijd accuraat te zijn. De meting zal bijvoorbeeld de massa van het lichaamsvet bij mensen met veel spiermassa overschatten en dit juist te onderschatten bij oudere mensen (waarbij vaak spiermassa verloren is gegaan).

De tailleomtrek

Het idee om de tailleomtrek als risicovoorspeller te gaan gebruiken, is voortgekomen uit het feit dat abdominale obesitas (een ophoping van vetweefsel in de buik) in de regel als “ernstiger” wordt beschouwd dan vet dat op andere plaatsen in het lichaam op wordt geslagen (zoals op de billen of de dijen). Dit heeft te maken met het feit dat abdominale obesitas in verband kan worden gebracht met een verhoogde kans op zowel hart- en vaatziekten als op het stofwisselingssyndroom, hoge bloeddruk en diabetes. Onderzoeken hebben aan weten te tonen dat een tailleomtrek van 102 centimeters of meer bij mannen en 88 centimeters of meer bij vrouwen geassocieerd kan worden met een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen.

Taille-heupverhouding

De taille-heupverhouding is een andere manier om abdominale obesitas mee te kunnen beoordelen en onderzoeken hebben bevestigd dat deze meting in een zeer belangrijke mate samengaat met het risico op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Om je taille-heupverhouding te kunnen berekenen, dien je zowel je taille- als heupomtrek te meten en deel je vervolgens de maat van je taille door de waarde van de heupmeting. Bij vrouwen dient de verhouding 0,8 of minder te zijn, terwijl bij mannen deze 1,0 of lager moet bedragen. (Dit wil zeggen dat bij vrouwen de taille smaller moet zijn dan de heupen, terwijl bij mannen de tailleomtrek kleiner of gelijk aan die van de heupen dient te zijn.) De taille-heupverhouding is nuttig vanwege het feit dat bij kleinere mensen de tailleomtrek alleen het risico zal onderschatten. Door de tailleomtrek te vergelijken met de heupomtrek, kun je dan ook een beter beeld krijgen van de abdominale obesitas.

koopjesdrogisterij producten banner

Welke meting is beter bij de voorspelling van de risico’s?

Het is niet eenvoudig om vast te stellen welke meting er beter is bij het maken van een voorspelling van de risico’s op de ontwikkeling van hart- en vaatziektes. De BMI is absoluut de “standaard” maat als het gaat om de bepaling van obesitas, omdat dit de maat is die wordt aanbevolen door de meeste gezondheidsorganisaties. De aanbevelingen kunnen worden gedaan op basis van een groot aantal uitgevoerde onderzoeken waarbij BMI werd gebruikt om de kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziektes te voorspellen.

Het is echter van cruciaal belang of je te beseffen dat, ondanks dat de BMI er redelijk goed in slaagt om het algehele risico in grote bevolkingsgroepen te voorpellen, het wellicht een minder nauwkeurige meting zal zijn als het een bepaald individu betreft. Deze meting zal bovendien niet specifiek rekening houden met de mate van abdominale obesitas waar een bepaald persoon mee te maken heeft.

Diverse onderzoeken aan weten te tonen dat een meting van de buikomvang duidelijk nauwkeuriger kan zijn dan de BMI wanneer het gaat om het voorspellen van het ontstaan van hartziekten. De BMI is in het bijzonder, terwijl dit wel een goede voorspeller is van een hartaanval, een relatief zwakke voorspeller op het moment dat er rekening gehouden dient te worden met andere risicofactoren (zoals diabetes, roken, cholesterol, voeding, lichamelijke activiteit en een hoge bloeddruk). Bepaalde onderzoeken hebben daarentegen aan het licht gebracht dat een verhoogde taille-heupverhouding een sterke voorspeller van hartziekten is, zelfs nadat de statistieken aan waren gepast voor de andere risicofactoren.

Slotopmerking

Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor de ontwikkeling van hart- en vaatziektes en spijsverteringsaandoeningen, zoals diabetes. De vraag hoe je het best kunt meten of je “te veel” weegt, is weliswaar een goed, maar in het gros van de gevallen is het vrij eenvoudig om een juist antwoord te achterhalen.

Veel artsen vertrouwen vandaag de dag op een combinatie van maatregelen om hun patiënten te adviseren over de risico’s die hun gewicht met zich meebrengt. Indien je BMI 35 of meer bedraagt, dan is dat vrijwel het enige wat je hoeft te weten. En wanneer je BMI 30 tot 35 is, behalve wanneer je een bodybuilder of een ander type gespierde sporter bent, dan kun je vrijwel altijd stellen dat je te dik bent. Maar op het ogenblik dat je in de categorie “overgewicht” valt, dan kan het kennen van je tailleomtrek of de taille-heupverhouding je aanzienlijk meer belangrijke informatie geven, omdat abdominale obesitas slecht voor je is, zelfs op het moment dat je totale lichaamsgewicht niet bizar hoog is.

Een ander voordeel van de taille-heupverhouding is dat je deze ook zelf kunt beoordelen, zonder dat er een formele meting uit wordt gevoerd. Je kunt dit dus gewoon doen in je eigen vertrouwde omgeving. Het enige wat je immers hoeft te doen is voor een spiegel gaan staan en vervolgens je lichaamsverhoudingen te beoordelen, zowel van voren als en profile. Indien je taille in beide dimensies breder is dan je heupen, dan kun je de conclusie trekken dat je overtollige lichaamsgewicht met je meezeult en je dus zo ook een bijdrage zult leveren aan de kans op hart- en vaatziektes te ontwikkelen. Om het risico te beperken, zul je dus werkelijk iets aan je gewicht moeten gaan doen en het op een verantwoorde manier (eventueel met deskundige hulp) naar beneden moet proberen te krijgen.

bewust puur banner